
Le 9 juillet dernier a été approuvée la loi portant réforme de l’impôt des personnes physiques dont le projet avait été annoncé fin 2025. C’est ainsi que le gouvernement entérine ses déclarations de politique, avec notamment les deux mesures suivantes qui seront donc d’application dès cette année de revenus 2026 (déclarations de l’année prochaine).
Vanaf dit inkomstenjaar 2026 stijgt het minimumbedrag aan bezoldiging dat aan de bedrijfsleider moet worden toegekend opdat een kmo het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting zou kunnen genieten, van 45.000 € naar 50.000 €, en het wordt voortaan jaarlijks geïndexeerd.
Het zal voor een kmo bovendien niet langer mogelijk zijn haar bedrijfsleider uitsluitend in VAA te vergoeden zonder het recht op het verlaagd VenB-tarief te verliezen. De wetgever voert een plafond in voor de bezoldiging in VAA ten belope van 20% van het loonpakket van de bedrijfsleider.
De hier bedoelde VAA zijn die welke forfaitair worden vastgesteld (die bepaald in het WIB en het KB/WIB, alsook de VAA verbonden aan stockopties), en niet die welke voor hun werkelijke waarde worden vastgesteld. Zo worden de VAA op de sociale bijdragen van de bedrijfsleider die door de vennootschap worden gedragen en aan zijn bezoldiging worden toegevoegd, van de pro rata uitgesloten.
Deze wet brengt de computerprogramma’s officieel opnieuw binnen het toepassingsgebied van de auteursrechten. Meer bepaald kunnen de auteursrechten dus het specifieke fiscale stelsel in de personenbelasting genieten wanneer zij vallen onder titel 5 (“auteursrecht en naburige rechten”) en voortaan ook onder titel 6 (“computerprogramma’s”) van Boek XI van het Wetboek van economisch recht.
Deze herintegratie werd goed onthaald, maar wordt afgezwakt: vooreerst worden uitdrukkelijk de computerprogramma’s geviseerd, en niet de volledige IT-sector.
Vervolgens, en vooral, heeft de wetgever in een andere wet (de programmawet van 30 mei 2026) de fiscale impact van het auteursrechtenstelsel beperkt door het forfait aan aftrekbare kosten af te schaffen wanneer de auteurs niet over een kunstwerkattest beschikken. De impact kan aanzienlijk zijn: het forfait bedroeg 50% tot 20.590 € aan inkomsten voor dit jaar 2026 (hetzij een reële aanslagvoet van 7,5% in plaats van 15%) en vervolgens 25% tot 41.180 €.
Oefent u een beroep uit dat de invoering van auteursrechten rechtvaardigt en hebben uw werken een artistieke dimensie, dan is het belangrijk dit te analyseren en in voorkomend geval dat kunstwerkattest aan te vragen om het voordeel van de forfaitaire kosten te behouden